De Nova Scotia Duck Tolling Retriever, ofwel de Toller

De Toller is een bijzonder ras in vele opzichten. De kleine retrieversoort, maar wel met de langste naam en wellicht ook het grootste karakter. Het ras onderscheidt zich van de andere retrieverrassen door zijn oorsprong en specifieke manier van werken. Er hebben verschillende rassen aan de basis gestaan van de Toller, waaronder de retriever, spaniel en collie. Van oudsher waren dit de drie types die te onderscheiden waren in het ras. Naarmate het ras verder ontwikkelde zijn de drie types samengesmolten tot een ras waarin we vaak nog kenmerken van alle types terug zien.

Een kenmerk dat de Toller zo anders maakt dan de andere Retrievers is het feit dat de Toller zowel voor als na het schot werkt. De taak van Retrievers is om na het schot van de jager het geschoten wild binnen te halen. De Toller mag echter ook aan het werk voordat de jager heeft geschoten. Het zogenaamde tollen, waar het ras zijn naam aan heeft te danken, is een specifieke manier van jagen waarmee de hond het wild (eenden) in de richting van de jager lokt. Dit doet de hond door langs de waterkant te rennen en spelen. Door de begroeiing langs de waterkant zullen de eenden de hond maar af en toe heel kort zien, en hem niet als zodanig herkennen. De beweging van de Toller zal eenden echter wel nieuwsgierig genoeg maken om in zijn richting te zwemmen. Zodra de eenden zich in het gebied bevinden waar de jager ze kan schieten zal de hond zich terugtrekken. Na het schot apporteert de Toller vervolgens het geschoten waterwild

Deze specifieke manier van werken vereist een hond met unieke gedragskenmerken. Het mag duidelijk zijn dat deze honden zeer energiek en speels zijn van aard. Daarnaast moet de Toller over een grote will-to-please beschikken, maar ook een behoorlijke mate van zelfinitiatief tonen. De balans in deze eigenschappen zorgt ervoor dat de Toller een gehoorzame hond is, maar wel met een duidelijke eigen wil. De wil om te gehoorzamen is er, maar de mogelijkheid om zelfstandig een oplossing te zoeken in een opdracht is ook sterk aanwezig. De Toller is hierin zeer vindingrijk, wat door de eigenaar ervaren kan worden als ongehoorzaam en eigenwijs gedrag. De hond negeert immers het commando en draaft zijn eigen wil door. Dit vraagt om een eigenaar die het gedrag van de hond consequent maar zachtaardig in goede banen kan leiden. Want ondanks zijn sterke karakter is de Toller ook een gevoelige hond die beslist niet met harde hand opgevoed mag worden. Verbale correcties zijn vaak ruim voldoende om de hond uit zijn ongewenste gedrag halen, mits de hond weet dat de eigenaar consequent is in zijn regels. Fysieke correcties zullen averechts werken doordat de Toller dusdanig onder de indruk kan raken dat hij zich zal afsluiten voor de omgeving en de persoon in kwestie. Het gevolg is dat contact maken met de hond op dat moment niet meer mogelijk is en het leermoment uit blijft.

Een eerlijke, zachtaardige en positieve opvoeding is dus gewenst voor dit ras. Toch is het minstens zo belangrijk om zeer consequent te zijn en duidelijke grenzen aan te geven. De intelligentie en het zelfinitiatief vertalen zich in de mogelijkheid om de eigenaar te manipuleren zonder dat deze daarvan bewust is. Wanneer de eigenaar geen duidelijke grenzen stelt zal de Toller optimaal gebruik maken van deze ruimte en proberen de grenzen te verleggen. Het resultaat is dat de hond ongewenst gedrag zal vertonen en mogelijk ook zenuwachtig of nerveus wordt vanwege een gebrek aan duidelijkheid. Elke hond is gebaat bij een duidelijke opvoeding waarbij hij weet dat de eigenaar de roedelleider is. Behalve dat de hond de eigenaar dan zal gehoorzamen, geeft het de hond ook rust omdat hij voor zijn veiligheid kan vertrouwen op de roedelleider, de eigenaar dus. Wanneer een hond twijfelt aan die rangorde zal hij neigen zichzelf te verdedigen en zijn eigen regels te bepalen. Dit is een ongezonde situatie voor zowel hond als eigenaar, beide zijn dus gebaat bij duidelijkheid en een consequente naleving van de gestelde regels. Juist de mate van zelfinitiatief die de Toller bevat maakt dat ze bij gebrek aan duidelijkheid al snel zelf de leiding zullen proberen over te nemen.

Een ander belangrijk element in de opvoeding van een Toller is een uitlaatklep voor hun energie en intelligentie. De Toller bezit nog veel werklust en is geen geschikte hond voor driemaal daags een blokje om. De oorspronkelijke instincten zijn nog sterk aanwezig en moeten ook behouden blijven. Dit houdt in dat de hond op regelmatige basis een taak moet hebben waarin hij uitgedaagd wordt, zowel fysiek als mentaal. Ze zijn doorgaans dol op lange wandelingen, met de baas mee joggen of naast de fiets lopen, maar moeten daarnaast ook mentaal geprikkeld worden. Dit kan in veel verschillende vormen van hondensport, de Toller zal over het algemeen veel leuk vinden zolang hij maar op positieve wijze met de baas kan samenwerken. Ook het niveau is hierbij niet van belang, door hun werklust en enthousiasme hebben Tollers de potentie om op wedstrijdniveau te sporten, maar als de baas deze ambities niet heeft is de hond ook heel tevreden met recreatief sporten op regelmatige basis.

   

Indien men aan deze eisen kan voldoen zal een Toller zich ontpoppen als fijne gezinshond die zeer trouw is aan zijn eigenaar. Mits ze gedurende de dag voldoende mogelijkheden krijgen om hun energie kwijt te kunnen, zijn Tollers binnenshuis rustige honden die zich prima aanpassen aan het gezinsleven.  Ze hechten zich sterk aan het gezin en in het bijzonder aan degene die de meeste zorg voor de hond zal dragen. Naar onbekenden is de Toller doorgaans gereserveerd, een duidelijk verschil met de andere Retriever rassen. Ze hebben doorgaans weinig interesse in aandacht van onbekenden, al staan ze wel open voor een rustige en vriendelijke kennismaking. Na een positieve kennismaking ontpopt de Toller zich wel als aanhankelijke en enthousiaste hond en zal mensen vaak een volgende keer herkennen, zelfs na ze maanden niet gezien te hebben. Een te directe benadering, zoals bijvoorbeeld plotseling de hond aaien of knuffelen, wordt meestal niet op prijs gesteld door de Toller en als het mogelijk is gaat hij deze situatie dan ook uit de weg. Naar andere honden is hun gedrag vergelijkbaar. Ze zijn zeer vriendelijk en open naar een select groepje bekenden, maar hebben minder behoefte aan contact met onbekende honden. In principe is de Toller conflictvermijdend en sociaal, maar zowel reuen als teven laten zich vaak de kaas niet van het brood eten en zullen zich verdedigen tegen andere honden als dit nodig is. Ook hierin is het karakter van de Toller pittiger te noemen dan dat van bijvoorbeeld de Labrador of Golden Retriever.

Al met al kunnen we stellen dat dit kleine Retriever ras een groots karakter heeft. Een wereldhond voor degene die aan zijn energiebehoefte kan voldoen en zijn karakter kan waarderen, maar zeker niet geschikt voor iedereen.